Rieu versus Rabin
(of: waarom een viool soms meer is dan een instrument)
Er zijn twee soorten violisten op deze wereld.
De ene soort laat je denken: wat een mooie muziek.
De andere soort laat je denken: wat een mooie show.
Laat ik het maar meteen eerlijk zeggen: ik heb een lichte allergie voor André Rieu. Niet voor de man zelf — ik ken hem niet eens. Hij zal ongetwijfeld een aardige kerel zijn die hard werkt en duizenden mensen plezier geeft. Daar is op zichzelf niks mis mee.
Maar wat hij met de viool doet, daar word ik nerveus van.
Voor mij is een viool geen decorstuk, geen confettikanon en geen instrument dat moet glimlachen naar een stadionpubliek. Een viool is een gevaarlijk ding. Een stuk hout met vier snaren dat — als je er goed mee omgaat — de hele menselijke ziel kan blootleggen.
Misschien is het ook wel mijn frustratie.
Dat ik blijf hopen dat mensen muziek kunnen horen zoals ik haar soms mag horen. Muziek beleven zoals ik haar soms mag beleven.
Ik fantaseer wel eens dat als dat zou gebeuren, Poetin en Trump geen zin meer zouden hebben om oorlogje te spelen. Maar dat ze met hun macht de groten der aarde zouden uitnodigen om samen naar muziek te luisteren.
Poetin die door de immense deuren van het Kremlin naar binnen loopt, met al zijn klapvee achter zich aan.
Trump die twee uur lang eens niet zichzelf hoort praten.
En dan komt Michael Rabin binnen.
Toen ik Rabin voor het eerst hoorde dacht ik niet: wat speelt hij mooi.
Ik dacht: hoe kan een mens dit überhaupt spelen?
Rabin is voor mij zelfs ooit een onderwerp geweest tijdens mijn echtscheiding.
Mijn ex wist namelijk precies hoe ze mij kon raken. Ze eiste die ene LP met Michael Rabin op. Ze luisterde er nooit naar. Maar ze wist precies wat ze meenam.
Dat zegt misschien iets over wat muziek kan betekenen.
Ik groeide namelijk op in een gezin waar geen klassieke muziek werd gedraaid. Dat kwam pas later in mijn leven. In een periode waarin ik me eerlijk gezegd soms een beetje een weeskind voelde.
En ergens tussen die krassen van een LP en die viool van Rabin zat iets wat ik daarvoor niet kende.
Niet de liefde van mensen.
Maar wel iets dat er verdacht veel op leek.
Bij Rabin hoor je geen entertainment.
Je hoort risico.
Elke noot lijkt op de rand van een afgrond te staan. Alsof hij zegt: we gaan hier niet netjes een melodietje spelen. We gaan kijken hoe ver we de muziek kunnen oprekken voordat ze breekt.
En precies dat maakt muziek voor mij interessant.
Bij Rabin hoor je iemand die iets te vertellen heeft.
Bij Rieu hoor je iemand die iets wil laten zien.
Dat is een groot verschil.
Ik probeer het soms uit te leggen aan mensen die zeggen:
“Maar Rieu speelt toch ook viool?”
Ja, dat klopt. Net zoals iemand die een voetbal kan hooghouden ook tegen een bal kan trappen.
Maar dat betekent nog niet dat je naar Messi zit te kijken.
Muziek is namelijk geen kwestie van noten spelen.
Het is een kwestie van leven in een noot leggen.
Michael Rabin kon dat als geen ander.
Een toon van hem had gewicht. Spanning. Iets onvermijdelijks.
Alsof de muziek zelf hem een beetje voortduwde.
En als je dat eenmaal hebt gehoord, wordt het moeilijk om nog enthousiast te worden van een viool die vooral bedoeld is om het publiek een gezellige avond te bezorgen.
Begrijp me niet verkeerd: mensen mogen luisteren naar wat ze willen.
De wereld heeft ruimte voor walsen, ballonnen en volle stadions.
Maar ergens, in een kleine kamer met een goede luidspreker, zit iemand naar Michael Rabin te luisteren.
En daar gebeurt iets heel anders.
Daar wordt muziek geen amusement.
Daar wordt muziek waarheid.